U bent hier: Regelingen » Verordening hondenbelasting 2011
Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »Verordening hondenbelasting 2011
Versie geldig vanaf 18-12-2010 tot 01-01-2012.
Wetstechnische informatie verbergen van Verordening hondenbelasting 2011
Wetstechnische informatie
Gegevens van de regeling
| Overheidsorganisatie | gemeente Alkmaar |
|---|---|
| Officiële naam van de regeling | Verordening hondenbelasting 2011 |
| Citeertitel | Verordening hondenbelasting 2011 |
| Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) |
01-01-2012 |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | financiën en economie |
Opmerkingen m.b.t. de regeling
Geen
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Geen
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
| Datum inwerkingtreding |
Terugwerkende kracht t/m |
Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking |
Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|
| 01-01-2012 | intrekking | 01-11-2011 Officiële Mededelingen, 09-11-2011 |
||
| 18-12-2010 | nieuwe regeling | 04-11-2010 Officiële Mededelingen, 15-12-2010 |
Nr.
De raad der gemeente Alkmaar;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders, bijlage nr. 120;
gelet op artikel 226 van de Gemeentewet
;
besluit:
vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2011.
Artikel 1 Belastbaar feit
Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente.
Artikel 2 Belastingplicht
- 1. Belastingplichtig is de houder van een hond.
- 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.
- 3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet
bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.
Artikel 3 Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:
- a. die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden;
- b. die door een stichting als gehandicaptenhond aan een gehandicapte ter beschikking zijn gesteld;
- c. die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 1999
, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit
; - d. die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Honden- en kattenbesluit 1999
, welke inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit
; - e. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij te zamen met de moederhond worden gehouden;
- f. die uitsluitend voor politiewerkzaamheden worden gehouden door regio- of spoorwegpolitie of door de bij deze diensten werkzame functionarissen.
Artikel 4 Heffingsgrondslag en belastingjaar
- 1. De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.
- 2. Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 5 Tarief
- 1. De belasting bedraagt per hond per belastingjaar € 62,40.
- 2. In afwijking in zoverre van het voorgaande lid, bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland € 187,20.
Artikel 6 Wijze van heffing
De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.
Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en bepalingen omtrent aanvang en einde van de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
- 1. De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht.
- 2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht respec-tievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.
- 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalender-maanden overblijven, mits aan één van de hierna genoemde voorwaarden is voldaan:
- de hond is:
- a. gestorven, mits binnen twee maanden na overlijden een bewijs of verklaring daarvan van een dierenarts of door een door burgemeester en wethouders erkende instantie wordt overgelegd.
- b. overgedragen aan een andere houder, mits binnen twee maanden na deze overdracht een deugdelijke verklaring wordt overgelegd, waaruit de naam en het adres van de nieuwe houder blijkt;
- c. overgedragen aan een door burgemeester en wethouders erkend asiel, mits binnen twee maanden na deze overdracht een verklaring door dit asiel wordt overgelegd.
Artikel 8 Termijnen van betaling
- 1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
- 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen hondenbelasting en/of andere heffingen minder is dan € 5.000,00, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste twee bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
Artikel 9 Kwijtschelding
Bij de invordering van hondenbelasting kan kwijtschelding worden verleend tot maximaal 50% van één hond per belastingplichtige.
Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting.
Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel
- 1. De "Verordening hondenbelasting 2010" wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
- 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die van de bekendmaking.
- 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.
- 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening hondenbelasting 2011".
Alkmaar,
De raad voornoemd,
voorzitter,
griffier,
